myHandiQR myHandiQR
Gebruikssituaties
Kind met TOS in een bibliotheekworkshop, 6 jaar

Kind met TOS in een bibliotheekworkshop, 6 jaar

Een leesplezierworkshop in een jeugdbibliotheek, dat is een bibliothecaresse die vragen stelt, kinderen die antwoorden, een mondeling tempo dat snel gaat. Een deelnemend kind met TOS (taalontwikkelingsstoornis) blijft langer stil. De bibliothecaresse kan de stilte interpreteren als gebrek aan interesse en stopt met hem aan te spreken. De fiche die bij de inschrijving voor de workshop wordt overhandigd, een scan voor het eerste boek: de bibliothecaresse past de wachttijden aan, stelt schrift voor, houdt het kind in het gesprek betrokken.

Dit voorbeeld betreft kinderen met TOS (taalontwikkelingsstoornis, voorheen dysfasie genoemd) die zijn ingeschreven voor een bibliotheekworkshop, vaak in de lagere schoolleeftijd.

Het ervaren moment

Gemeentebibliotheek, workshop "hardop lezen" op zaterdagochtend, lagere schoolleeftijd. Acht kinderen zitten in een kring op kussens. De bibliothecaresse leest "De Grote Zwarte Panter" voor en stelt vragen. "Wat deed de panter toen hij de kleine jongen zag?" Handen gaan omhoog. Ze ondervraagt twee kinderen. Ze wendt zich tot Yanis. "En jij, Yanis, heb je gezien wat hij deed?" Yanis opent zijn mond, zoekt naar woorden, sluit zijn mond weer.

De bibliothecaresse wacht twee seconden. Twee seconden is al lang in een workshop. Ze glimlacht en gaat verder naar een ander kind. Yanis kijkt naar zijn knieën.

De vader komt aan het einde van de workshop. Hij overhandigt een fiche aan de bibliothecaresse: "voor volgende week, dit kan helpen". Ze scant. Ze leest dat Yanis TOS heeft, dat hij alles begrijpt, dat hij van verhalen houdt, dat hij gemiddeld 10 seconden nodig heeft om een mondeling antwoord te formuleren, dat je hem kunt vragen het antwoord in het boek aan te wijzen of te tekenen wat hij begrepen heeft.

De zaterdag erna stelt ze de vraag aan Yanis als laatste, ze wacht, ze stelt hem voor het antwoordbeeld aan te wijzen. Hij wijst. Hij glimlacht.

  1. U schrijft het
  2. De QR-code wordt aangebracht
  3. De lezer scant
  4. Begrepen, zonder opnieuw uit te leggen

Waar de QR-code plaatsen voor dit geval

A5-fiche overhandigd aan de bibliothecaresse bij de inschrijving voor de workshop, in het papieren inschrijfdossier geschoven. Ronde sticker van 2,5 cm op de bibliotheekkaart van het kind (het voorwerp dat hij bij elke workshop laat zien).

Verdubbelen in de bibliotheektas waarin het kind zijn geleende boeken vervoert. Vermijd e-mails naar de bibliotheek: die bereiken de bibliothecaresse van de workshop niet. Vermijd fiches op de muur van de workshop: die stellen het kind bloot aan zijn klasgenoten.

Voor eenmalige activiteiten (voorleesuurtje, voorstellingen, signeersessies), is de sticker op de bibliotheekkaart het anker: de kaart wordt bij de ingang van elk evenement getoond.

Om te overwegen: de fiche kan ook gedeeld worden tussen de bibliothecaressen van dezelfde stad (met toestemming van de ouders), zodat het kind niet elke zaterdag opnieuw moet beginnen afhankelijk van wie de opvang doet.

Kant-en-klare tekstvoorbeelden

De drie onderstaande teksten zijn geschreven vanuit het perspectief van de ouder, in overleg met de logopedist van het kind. Het medisch taalgebruik komt erin voor, maar wordt steeds vertaald naar een concrete actie voor de bibliothecaresse.

Voor de rubriek "Voorstelling"

"Yanis, 6 jaar, groep 3. Taalontwikkelingsstoornis vastgesteld op 4-jarige leeftijd door een logopedist bij het gespecialiseerd centrum. Hij begrijpt alles wat hem wordt voorgelezen, hij houdt van verhalen, hij stelt vragen thuis. In groep heeft hij 10 seconden nodig om een mondeling antwoord te formuleren. Het is een nieuwsgierig kind dat tijd nodig heeft, geen kind dat niet luistert."

Voor de rubriek "Hoe te helpen"

"U kunt: hem de vraag als laatste stellen zodat hij tijd heeft om zich voor te bereiden, hem voorstellen een afbeelding in het boek aan te wijzen om te antwoorden, hem uitnodigen te tekenen wat hij van het verhaal begrepen heeft, zijn antwoord waarderen ook al komt het pas na 15 seconden, hem koppelen aan een rustige klasgenoot voor de gedeelde lezingen."

Voor de rubriek "Te vermijden"

"Te vermijden: hem na 2 seconden stilte overslaan naar de volgende, zijn zin voor hem afmaken, zeggen ‘dus je weet het niet?’, hem voor alle anderen laten samenvatten, zijn stilte interpreteren als gebrek aan interesse (hij houdt juist van verhalen), hem uitsluiten van de workshop ‘omdat hij niet meedoet’."

Aandoeningen die dit geval betreffen

Dit voorbeeld vertrekt vanuit TOS (voorheen dysfasie genoemd). Het geldt ook voor kinderen met ernstig stotteren (die blokkeren op bepaalde woorden), dyslectische kinderen die leren lezen en niet durven hardop te antwoorden, en dove kinderen met hoortoestellen die de workshop van op afstand volgen.

Vergelijkbare situaties

Drie andere voorbeelden waarin de QR-code een cultureel bemiddelaar (bibliothecaresse, gids, workshopbegeleider) helpt alle kinderen bij het gesprek te betrekken, ook diegenen die langzaam antwoorden.